EN  |  NL  |  FR  |  ES  | 

Verwerkingsrichtlijnen 

Deze stap-voor-stap verwerkingsrichtlijnen zijn een leidraad voor professionals bij de plaatsing van het Firestone RubberCover™ EPDM Systeem, in overeenstemming met de hoge standaarden van Firestone Building Products.

  1. Het membraan verkleven
  2. On site naadverbinding
  3. Binnenhoek
  4. Buitenhoek/lichtkoepel
  5. Ontluchting/doorvoeren
  6. Hemelwaterafvoer
  7. Randafwerking
  8. Dakgoot

Het membraan verkleven

Het Firestone RubberCover™ EPDM membraan wordt altijd volledig verlijmd aan de ondergrond met RubberCover™ Bonding Adhesive. Deze contactlijm wordt zowel op de ondergrond als op het membraan aangebracht. Geschikte ondergronden zijn: hout, bitumen, PIR/PUR isolatie, beton, aluminium en zink.

De Firestone RubberCover™ EPDM membranen kunnen zowel op nieuwe als op bestaande daken aangebracht worden. Firestone RubberCover™ EPDM kan in principe op elk bestaand dak aangebracht worden, op voorwaarde dat de ondergrond geschikt is en dat de dakstructuur voldoende stevig is om het gewicht van het dakbedekkingssysteem te dragen.

  1. Stap 1
    • Plaats het membraan op het dak.
    • Laat het 30 minuten rusten.
    • Vouw de helft van het membraan terug.
  2. Stap 2
    • Breng RubberCover™ Bonding Adhesive contactlijm aan op de onderzijde van het teruggevouwen membraan.
    • Breng de contactlijm eveneens aan op het te bedekken dakoppervlak.
  3. Stap 3
    • Laat beide oppervlakken voldoende drogen tot de lijm bij aanraking niet langer aan de vinger kleeft.
  4. Stap 4
    • Rol het membraan in het gelijmde dakoppervlak.
    • Druk aan met een zachte borstel.
    • Herhaal deze stappen voor de andere helft van het membraan.


Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

On site naadverbinding

Firestone RubberCover™ EPDM membranen zijn beschikbaar in grote, naadloze folies. De meeste kleine residentiële daken kunnen bijgevolg bedekt worden met één enkel naadloos membraan. Indien twee naast elkaar liggende membranen toch verbonden moeten worden, kan dit met behulp van RubberCover™ QuickPrime Plus en RubberCover™ QuickSeam Batten Cover Strip. Zorg ervoor dat er geen ruimte is tussen naast elkaar liggende membranen (lichte overlapping is toegestaan).
  1. Stap 1
    • Breng RubberCover™ QuickPrime Plus aan op beide folies in de naadzone over een totale breedte van 20 cm.
    • Wacht voldoende lang tot deze contactdroog is.
  2. Stap 2
    • Trek een klein deel van het beschermpapier van de RubberCover™ QuickSeam Cover Strip.
    • Plaats deze over de met RubberCover™ QuickPrime Plus bewerkte naadzone.
    • Trek het beschermpapier onder een hoek van 45° van onder de naadafdekstrip.
    • Verkleef deze strip met vlakke hand aan de RubberCover™ folie. Zorg ervoor dat er geen luchtbellen worden ingesloten.
  3. Stap 3
    • Rol de naadafdekstrip aan met een handroller. Rol haaks op de naad.


Stap 1

Stap 2

Stap 3

Binnenhoek

  1. Stap 1
    • Verkleef het membraan met RubberCover™ Bonding Adhesive contactlijm tegen de opkant en bovenop de dakrand.
  2. Stap 2
    • Vouw het membraan in de hoek tot een puntzak.
  3. Stap 3
    • Vouw de hoeken plat op de dakrand.
    • Werk de dakrand af met een daktrim (zie randafwerking).
    • Knip overtollig membraan af.


Stap 1

Stap 2

Stap 3

Buitenhoek/lichtkoepel

  1. Stap 1
    • Knip het membraan in van boven naar beneden tot aan het dakvlak.
    • Verkleef het membraan met RubberCover™ contactlijm tegen de opkant.
    • Breng RubberCover™ QuickPrime Plus aan over 10 cm op beide zijden en laat voldoende drogen.
  2. Stap 2
    • Verkleef een strook RubberCover™ QuickSeam SA Flashing tegen de opkant tot aan het dakvlak.
  3. Stap 3
    • Breng een nieuwe laag RubberCover™ QuickPrime Plus aan.
  4. Stap 4
    • Verwijder het beschermpapier van de RubberCover™ QuickSeam Corner Flashing en verkleef deze tegen de opkant.
  5. Stap 5
    • Rol de vormfolie aan met een handroller.


Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Ontluchting/doorvoeren

  1. Stap 1
    • Breng RubberCover™ QuickPrime Plus aan op het membraan (min. 10 cm rond de ontluchting) en op de flens van de ontluchting.
    • Laat drogen
  2. Stap 2
    • Knip een gat uit de RubberCover™ QuickSeam SA Flashing ter grootte van de ontluchting.
  3. Stap 3
    • Plaats de RubberCover™ QuickSeam SA Flashing over de ontluchting.
    • Verwijder het beschermpapier.
    • Druk de zelfklevende EPDM strip met de hand in de primer.
  4. Stap 4
    • Rol aan met een handroller.


Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Hemelwaterafvoer (HWA)

  1. Stap 1
    • Plaats de hemelwaterafvoer en druk stevig aan in de hoekverandering.
    • Schroef vast in de ondergrond.
    • Breng een laag RubberCover™ QuickPrime Plus aan op de bovenzijde van de HWA en minstens 10 cm rondom de HWA.
    • Laat drogen.
  2. Stap 2
    • Verkleef een stuk RubberCover™ QuickSeam SA Flashing over de HWA en op de folie.
      Opgelet: De strip moet de randen van de HWA in alle richtingen minimaal 5 cm overlappen.
  3. Stap 3
    • Rol aan met een handroller.
  4. Stap 4
    • Snij een opening in de RubberCover™ QuickSeam SA Flashing strip ter grootte van de HWA.


Stap 1

Stap 2

Stap 3

Stap 4

Randafwerking

  1. Stap 1
    • Plaats de daktrim met EPDM strip op het membraan.
  2. Stap 2
    • Bevestig de daktrim met RVS-schroeven en neopreen ringen.


Stap 1

Stap 2

Dakgoot

  1. Stap 1
    • Breng RubberCover™ QuickPrime Plus aan op het gootoppervlak.
  2. Stap 2
    • Verkleef de RubberCover™ QuickSeam SA Flashing in de goot.
    • Rol aan met de handroller.


Stap 1

Stap 2